Home » Flinten » Ten onder

Ten onder

Met een lading Flinten ten onder op de Zuiderzee

Toen ging de zee hier tekeer…

Het was een risicovolle onderneming en de scheepjes haalden niet altijd hun bestemming. Dat blijkt onder meer uit onderzoek dat in de drooggevallen IJsselmeerpolders is verricht door G.D (Gerrit) van der Heide (1915 – 2006). Hij werd in 1946 assistent van professor A.E. van Giffen. Later vervolgde hij zijn carrière in de Noordoostpolder, was beheerder van het scheepsarcheologisch museum Ketelhaven en daarna directeur van het Zuiderzeemuseum.

Hij deed onder meer onderzoek bij twee scheepswrakken die waren gevonden in de Noordoostpolder. Ze hadden een lading flinten, die vermoedelijk bestemd was voor dijkbekleding. Het eerste wrak, dat dicht onder oostkust van Schokland lag, was in de zestiende eeuw al vergaan. De datering kon vastgesteld worden aan de hand van aanwezige bijvondsten zoals vaatwerk en ander gebruiksgoed. In de zestiende eeuw, zo werd gedacht, was er blijkbaar al aanvoer van flinten voor de dijkbouw.

Ook een ander wrak – genummerd H49 – had een lading van zware flinten met afgeronde vorm. Het zogenaamd Oslo-gesteente: – porfieren, gabbro’s en kalkstenen – ontbrak. De samenstelling van de vracht deed denken aan flinten die gevonden konden worden op een Nederlands heideveld, bijvoorbeeld in Drenthe. Deze vracht was vermoedelijk bestemd voor de dijkaanleg. De lading, met een gewicht van ongeveer zestig ton, werd door de dienst Zuiderzeewerken gebruikt bij de bekleding van één van de nieuwe dijken van de IJsselmeerpolders. De lading bereikte na honderd jaar dus alsnog de plaats van bestemming.

Werkt een layar-pagina niet? bekijk hier alle pagina’s die verbonden zijn aan het boek.