Home » Flinten » Putten

Putten

[Foto: Drents Archief]

De bouw en gebruik van putten in Drenthe

Putten in Drouwen
Waterputten of welputten, werden gebouwd met gebruik van turf, hout (holle boomstam) of, zoals eerder beschreven, met flinten. In Drouwen werd dagelijks water gehaald uit de met flinten opgebouwde Schansput, waarvoor sommige bewoners ongeveer 120 meter met het verse water moesten lopen. Men gebruikte hiervoor een houten juk met aan weerszijden een emmer.

De put was een bedrijvig en sociaal trefpunt waar gesprekken plaatsvonden en nieuwtjes werden uitgewisseld. Ook het water om het vee te drenken werd uit dezelfde put naar de boerderijen gebracht. Tijdens de voertijden voor het vee was het er een komen en gaan van waterhalers. Ongeveer twintig gezinnen gebruikten dagelijks de Schansput. Er waren in die tijd tien à twaalf van flinten gebouwde welputten in Drouwen.

De Schansput en de Hofmansput waren zogenaamde zwengelputten waaruit het water met behulp van een zwengel werd opgehaald. De Braamsput, Poppenput, Stokersput, Jan Wigchersput, Hekmansput en de Alinghoeksput hadden allemaal een roltoestel. Het moet een bijzonder gezicht zijn geweest, al die mensen die met twee emmers aan een juk stonden te wachten tot zij aan de beurt waren hun verse water uit de put naar boven te zwengelen.

 

Gevaarlijke plek
Veel welputten in de Drentse dorpen waren met flinten opgebouwd, evenals die van een uitgeholde boomstam waren gemaakt. Het bouwen van een flintenput was zeer moeilijk werk, waarvoor vaak handen tekort schoten. De putten in het op de Hondsrug gelegen Drouwen waren wel twaalf tot zestien meter diep! Tiesing schrijft dat er eerst een naar onderen taps toelopend gat gegraven werd tot de wel bereikt was.

De put had onderin in de regel een middellijn van anderhalve meter. Na het aanbrengen van een laag flinten, soms op een vierkant van houten balken, werd de achterzijde daarvan met zand aangevuld en flink aangestampt tot voldoende hoogte verkregen was. De ruimten die tussen de flinten overbleef werd opgevuld met mos dat uit de dennenbossen werd gehaald. Tiesing beschrijft dat er soms varens tussen de flinten in de put groeiden. Dat had overigens geen effect op de waterkwaliteit. Ook nestelden vleermuizen wel in het donker van de put. Kinderen werden uit de buurt van een put gehouden, en bang gemaakt, door hen te vertellen dat er boze geesten in schuilden.

Een welput was een gevaarlijke plek en het reinigen van de put was een gevaarlijke klus. In de put bij de Alinghoek in Drouwen zou iemand de put schoonmaken. Hij stond met zijn voeten in een emmer waarmee hij aan een touw neergelaten werd. Het touw was echter niet sterk genoeg en brak: de man viel in de diepte van de put. Er werd snel een beter en voldoende sterk touw gehaald en een andere persoon werd daarmee, eveneens in een emmer, neergelaten in de put. In de diepte vond hij het slachtoffer dat nog in leven was. Deze werd aan het touw vastgebonden en met de katrol van de put opgehesen, waarna ook zijn redder heelhuids uit de put werd bevrijd. Het slachtoffer werd naar een ziekenhuis in Groningen vervoerd: hij overleefde zijn hachelijke avontuur. De gebeurtenis zorgde wel voor be betere veiligheidsmaatregelen tijdens het schoonmaken van de putten.

 

Waterput in Drents Museum
Tijdens de verbouwing van het Drents Museum in Assen, in januari 2011, werd in de bouwput een bijzondere ontdekking gedaan. Uit een nieuw gestorte betonnen wand staken houtresten van, zo bleek uit nader onderzoek, een middeleeuwse waterput. De onderzoekers stelden vast dat het een waterput betrof die behoorde tot de oudste fase van het cisterciënzer klooster Maria in Campis, uit de dertiende eeuw.

Het houtwerk dat werd aangetroffen in de betonnen wand bleek een enigszins vierkant rooster van eikenhout, de basis van de put. De wand van de put was opgebouwd vanaf het houten rooster met koud op elkaar gestapelde flinten en hadden een afmeting tussen zestig en tachtig centimeter. Aangenomen wordt dat de put vanuit de vierkante vorm naar boven toe cirkelvormig werd opgetrokken. De wijze waarop de betonnen wanden van de nieuwbouw werden geconstrueerd zorgde ervoor dat behalve de onderste flinten, alle andere flinten van de put onder de vloer van de nieuwbouw zijn verdwenen. Dendrochronologische datering van het hout wees op het vellen van de eikenboom in het jaar 1277 n. Chr.

Werkt een layar-pagina niet? bekijk hier alle pagina’s die verbonden zijn aan het boek.