Home » Flinten » Feiten & Feitjes

Feiten & Feitjes

[Foto: Drents Archief]

Feiten en feitjes over de flintenhandel in de negentiende eeuw

Overlast
De levering van flinten aan handelaren bij de havens leidde soms tot overlast, zoals in Gasselternijveen. Vooral aan de Catharinawijk, waar enorme hoeveelheden lagen opgeslagen in afwachting van transport, zorgde het gewicht van de flinten voor verzakkingen in de walkant, waardoor het diep bijna onbevaarbaar werd. In 1734 volgde een protest van de ingelanden aan het landsbestuur van Drenthe, waarbij ze een voorstel voor een oplossing gaven in de vorm van het laden via loopplanken. Voor die tijd werden de flinten van de wal het water ingerold en vandaar in het schip geladen. Midden 19de eeuw was er weer een klacht bij Gedeputeerde Staten van Drenthe waarin de gebroeders H. en R. Reiling hun beklag deden over de opslag van flinten op de wal. De doorgaande weg was over langere afstand niet breed genoeg om twee wagens elkaar te laten passeren. De burgemeester reageerde door boetes uit te delen aan de handelaren, maar het hielp weinig. Blijkbaar was de handel voldoende lucratief om een boete te incasseren.

 

Miljoenen ponden keisteen
In het jaar 1869 kostte een roggenbrood van vier kg tweeënveertig cent. Voor een wagenvracht flinten kreeg men de somma van één gulden betaald. Er moest dus veel en zwaar werk verzet worden voor een brood. In Buinen werd omstreeks het jaar 1880 voor één wagenvracht vier broden van vier kg betaald.

Met de aanleg van het kanaal in 1882 van Nieuw-Buinen naar Buinen ontstond een levendige keienhandel waardoor de arbeiders met het delven, aanvoeren en kloppen van keien een nieuwe vorm van inkomen kregen. Van het met zware arbeid verkregen geld kon men brood kopen.

Die handel kreeg minder betekenis toen de boeren uit de gemeenten Borger en Gasselte bezig waren met de veenboekweitcultuur. Ook verkeerde de verbindingsweg van Gasselte naar Gasselternijveen, een veendijk, vaak in slechte toestand. Toch brachten de boeren jaarlijks nog twintig à dertig wagenvrachten flinten naar de haven van Gasselternijveen. Er was vraag naar grote flinten, waarvan twee à vier stuks al een wagenvracht opleverde van vijfhonderd kg. De prijs lag tussen f 2,50 en f 3,50 per vracht. In Klijndijk werd omstreeks 1875 voor een vracht van twee á drie grote flinten f 3,- tot f 4,- betaald.

Ook werden met flinten gebouwde en buiten gebruik geraakte waterputten opgegraven. In maart 1889 werd in Buinen, in navolging van een dergelijk geval in Odoorn, putten op het erf van de landbouwers Wieringa en Siebring opgegraven. Dat leverde maar liefst zestig wagenvrachten flinten op! En tevens werk voor de arbeiders. De flinten zijn ergens in het westen in een dijk beland, of aan gruis geslagen en als macadam in een modderig pad beland.

Alles wat maar naar flinten kon verwijzen, werd opgegraven en de aangetroffen flinten naar de handelaren getransporteerd. In de winter van 1895 – 1896 vonden steenprikkers in een heuveltje in een heideveld bij Buinen een grote hoeveelheid flinten. Meer dan twintig wagenvrachten werden opgeladen uit wat, zoals uit de beschrijving van de flintenrooiers bleek, een grafkamer geweest moest zijn. In een akker bij Bronneger werden vier kleine grafkamers aangetroffen, gemaakt van een twee- of drietal rechtopstaande flinten waarop een deksteen was gelegd en aan weerszijden afgesloten met een sluitsteen. Ze werden zonder meer gerooid en afgevoerd.

Werkt een layar-pagina niet? bekijk hier alle pagina’s die verbonden zijn aan het boek.